Berichten

Voorstelling over rouw

 

Jolien van der Mee neemt ons mee in haar pijn, haar rouw, haar grote verdriet. Haar man, haar liefde is overleden. Zijn naam is Pieter Jacobus Thoenes. Hij is overleden op 12 januari 2013.

Ze vertelt ons over hoe het is in die rare wereld vol vervreemding als je allerliefste dood is.

In die wereld daarna lijk je heel vaak een doodnormale vrouw, en speel je de rol van dappere weduwe, dapper in gesprek met de notaris, met de bank, met de uitvaartondernemer, om maar wat te noemen.

Ze is woest.

Ze is weggeslagen.

Ze is dapper.

Ze is verbijsterd omdat het versgemaaide gras nog steeds ruikt als versgemaaid gras!

Er worden dingen tegen haar gezegd:

‘het pad dat je moet gaan is lang, smal en wiebelig. Maar er is een overkant waar je uiteindelijk aan komt…’

zeggen ze.

Voorstelling over rouw

 

In flarden van het bestaan na de dood neemt Jolien ons mee op dat pad van rouw.

Een pad dat zich toch niet echt laat vatten in voorgeschreven fases. Alles komt en knaagt en doet maar zoals het zich aandient.

Het is een eenzame weg en voor iedereen anders.

 

In haar ‘Wee mij’ klinkt haar wanhoop door.

Mijn man is dood, wee mij.

Waarom, laat mij niet alleen, kom terug, wee mij.

Waar ben je, kom terug, ik kan niet zonder jou.

 

Als weduwe heet je in de volksmond al gauw ‘weer single’. En dus ‘beschikbaar op de dating-markt’. En ook jijzelf bent geneigd in alle chaos om dat avontuur dan maar aan te gaan.

Maar dan wordt duidelijk dat je geen single bent. Want hoewel alleen en eenzaam:’Ik ben een oud verknocht echtpaar waarvan één helft ontbreekt.’ De ondertitel van HELFT is “Jij ging dood en daar stond ik, zonder vel.’

 

De mispijn is enorm en maakt verdrietig en boos.

Zo verdrietig en zo boos omdat gebeurd is wat gebeurd is en niets meer terug te draaien valt.

En dan verder moeten want de sneeuw valt, het gras wordt gemaaid, de aardbei ruikt gewoon naar aardbei en die verdomde witte wolken doen ook maar wat!

Heen en weer geslingerd tussen heel veel verschillende gevoelens ploegt ze voort.

 

Dan zijn er ook momenten waarop ze voelt dat Pieter op haar schouder meekijkt, meevoelt, meeleeft.

En dat troost haar.

En dat troost haar dan toch.

Voorstelling over rouw

 

Een voorstelling over rouw.

Waarin ons verteld wordt hoe divers dat is.

Waarin duidelijk wordt gemaakt dat je het pas weet als je het meemaakt.

 

Na afloop van de voorstelling wordt er gepraat met de gasten in het publiek. Er zijn veel mensen in het publiek met dezelfde pijn. Er zijn vooral dames die ook verder leven zonder hun geliefde en ze praten over de pijn.

 

Niet alleen de pijn van het verlies van je geliefde maar ook de pijn en moeite van het proces na de uitvaart. Als dat grote zwarte gat er is waarin jij in je eentje rondwaart. Mensen om je heen begrijpen niet hoe lang het duurt. Hebben een mening over hoe lang het mag duren.

Maar weten zij veel.

En wij weten niet veel, wij zijn bang voor die pijn en sluiten vaak liever onze ogen. Het is ook zo moeilijk om het goed te doen.

Wat moet je doen om echt troost te bieden?

Er eindeloos zijn.

Noem de naam van de overledene, praat over diegene.

Laat weten dat hij of zij niet vergeten is.

Laat hem of haar voortbestaan in onze gedachten, in onze gesprekken, in onze aandacht.

Vraag wat nodig is. Wees er met aandacht. En opnieuw.

Volgens mij maakt dat het voortploegen van de rouwende niet direct minder zwaar maar misschien wel een beetje beter vol te houden en daardoor hopelijk iets lichter. Omdat het verdriet gezien wordt. Wij, de ‘anderen’, de vrienden en vriendinnen, de omgeving van rouwenden, zouden onze verdrietige vrienden veel meer respijt moeten geven in de duur van het verdriet en de rouw. Daar is namelijk geen einddatum voor.

 

Voorstelling over rouw.

 

HELFT maakt iets los wat besproken mag worden.

Jolien wil de voorstelling graag spelen op iedere denkbare locatie waar lotgenoten en andere geïnteresseerden bij elkaar komen. Neem contact op met Jolien.
Wilt u kennismaken en van gedachten wisselen met Annemargriet en Lisette van Rooshert Uitvaartbegeleiding? Neem contact met ons op, of bel 06-24282782.

 

De aanslagen in Parijs en Brussel, de dood van Johan Cruijff, de neergeschoten MH17. Rampen en gebeurtenissen als deze beleven we, zo wijst de praktijk uit, collectief. Off- en online delen we ons verdriet, onze boosheid. Waarom doen we dat? En biedt die ‘collectieve rouw’ eigenlijk troost?

Tegenstrijdig

Er zit iets tegenstrijdigs in het begrip ‘collectieve rouw’. Collectief rouwen impliceert dat je het samen doet. Maar is het pijnlijke aan rouw niet juist dat het om een persoonlijke beleving gaat? Klinisch psycholoog en psychotherapeut Jos de Keijser, hoogleraar Behandeling Complexe Rouw, doet onderzoek naar de psychische gevolgen van ‘MH17’. Hij legt ‘collectieve rouw’ als volgt uit: “Het lijden van één mens raakt anderen. Rouw en verdriet zijn aanstekelijk. Verdriet zien, doet verdriet voelen, uit je eigen leven. Verdriet van nu of verdriet uit het verleden. Persoonlijke verdriet, persoonlijke rouw, heeft dan een bredere, ‘interpersoonlijke’ uitwerking. Misschien is dat wel de definitie van collectieve rouw.”

Helpt het?

William Arfman, ritueelwetenschapper aan Tilburg University: “Symbolisch handelen is heel sterk. Een ritueel, samen iets doen, biedt houvast. In uitzonderlijke situaties, zoals bij de MH17 en de terreuraanslagen om ons heen, is er sprake van zóveel onmacht en woede. Er zijn meer vragen dan antwoorden. Door een ritueel uit te voeren – bloemen te leggen bijvoorbeeld – giet je die gevoelens in een bepaalde structuur. Als je je zoon of dochter verliest, heb je geen behoefte om op te gaan in een massa. Maar voor anderen kan die stille, gedeelde beleving verbindend en troostrijk zijn. In het grotere kun je je eigen kleine verdriet kwijt. Rouw heeft de neiging te isoleren. De collectieve beleving kan dat isolement wat opheffen.”

Waarom?

Op de vraag waarom we massaal de straat opgaan, is het historische antwoord: we zijn nu eenmaal sociale wezens. In situaties van nood zoekt de mens zijn soortgenoten op. Sommige diergroepen gaan uit elkaar om te overleven, wij kruipen instinctief bij elkaar. William Arfman: “Na de ontzuiling en de ontkerkelijking dachten we dat we minder behoefte aan rituelen hadden, maar die gedachte hielden we maar even vol. We zagen al snel dat individualisering ook z’n schaduwkanten heeft. Op het moment dat we met elkaar aan het rouwen zijn, op welke manier dan ook, vormen we weer iets meer een gemeenschap.”

Niet betekenisloos

Steun betuigen op Facebook: de een doet het wel, de ander doet het niet. Wat is een digitale, collectieve uiting van verdriet waard? William Arfman: “Je kunt zeggen dat een bericht op Facebook zetten of de Franse vlag plaatsen over je profielfoto, een ‘makkelijke’ manier van rouwen is. Maar het is niet betekenisloos. Al die uitingen samen geven een sterk beeld. Natuurlijk zijn er intensievere manieren om je betrokkenheid te laten zien. Maar niet iedereen kan een piano achter zijn auto binden en naar Parijs rijden om daar midden op straat piano te spelen.”

Rol van de (social) media

Wordt de collectiviteit gevoed door de media? William Arfman: “De media laten zien wat er allemaal wordt georganiseerd rondom een ramp of aanslag. Mensen worden op ideeën gebracht: ‘Hé, ik kan daarheen.’ Er waren in juli 2014 ongetwijfeld minder mensen naar Schiphol gekomen als die bloemenzee niet op televisie was geweest.” Social media tonen al het nieuws, inclusief beeld en geluid, snel en ongefilterd. Welke effect heeft dat? Jos de Keijser: “Het is moeilijk, ook voor nabestaanden, om van die informatie af te blijven. Maar het kan zeker wel voor extra beschadiging zorgen. Berichten worden gedeeld in een oogwenk, een mening is zo gegeven. De nuance is vaak ver te zoeken en daar gaat het fout.”

Flowers and candles set out at a memorial service

Tekst: Maaike Kuyvenhoven
Met medewerking van Jos de Keijser en William Arfman