‘Wie zegt me dat hij in die kist lag?’

In 2013 verloor Marja (52) haar partner Dennis na zelfdoding. Behalve de leegte die zijn dood achterlaat, heeft Marja er veel last van dat ze hem niet meer heeft mogen zien. Terwijl dit – achteraf bekeken – waarschijnlijk wel had gekund. “Ik wil andere mensen helpen met mijn verhaal, laten zien dat er vaak meer mogelijk is dan je denkt.”

“We waren vier jaar samen en zo gelukkig. Het klopte gewoon. Ik had nooit kunnen bedenken dat er zoiets verschrikkelijks ging gebeuren”, vertelt Marja. Maar in april 2013 maakte Marja’s partner Dennis een einde aan zijn leven. “Een kleine drie maanden voor zijn dood werd hij ineens depressief. Waardoor precies weet ik nog steeds niet. Wellicht had het met de overplaatsing van zijn werk te maken. Hij had moeite met veranderingen. Hij werd stilletjes, piekerde veel, begon af te vallen terwijl hij normaal at en sliep op een gegeven moment bijna niet meer. Op een vrijdagochtend zou hij met een vriend gaan zwemmen, maar is hij nooit gegaan.”

Rollercoaster

Marja’s partner beëindigde zijn leven door voor de trein te springen. “Het is echt, zoals ze zeggen, alsof de grond onder je voeten vandaan zakt. Het was ook direct een rollercoaster, met politie en al omdat het om een niet-natuurlijke dood ging. ‘Is ie nog te zien?’, vroeg ik. Bepaalde delen nog wel, gaven ze aan. ‘Dat wil ik’, zei ik. Vanaf dat moment focuste ik me daar helemaal op. Maar toen de uitvaartverzorger de volgende dag bij mij thuis kwam om de uitvaart te bespreken, begon hij er helemaal niet over. En ikzelf ook niet, want ik was compleet verdoofd. Toen Dennis op maandag van het mortuarium naar het rouwcentrum werd overgebracht, was de kist dicht. Dat was verschrikkelijk. Ik ben nog even alleen bij de kist geweest en heb zitten morrelen om ’m open te krijgen, zó graag wilde ik hem zien.”

Onwerkelijk

“Voor mij is Dennis opgelost als een zeepbel. Zo onwerkelijk. Het gaat je voorstellingsvermogen te boven. Ik heb hem ’s morgens gedag gekust en daarna nooit meer gezien. Nog steeds denk ik soms dat hij zo binnen kan lopen. Of dat hij gewoon op de trein is gestapt en ergens anders verder leeft. Wie zegt me dat hij in die kist lag? Daar heb ik nog steeds last van. Pas een jaar na zijn dood ben ik gaan onderzoeken waarom ik Dennis eerst wel en daarna niet meer mocht zien. Gewoon om erachter te komen waarom het is gegaan zoals het is gegaan.”

Reconstructies

“Ik begrijp natuurlijk de overwegingen om nabestaanden niet meer te laten kijken. Het kan ook traumatisch zijn om een overleden naaste te zien die ernstig verminkt is. Maar waar het mij om gaat is dat je als nabestaande uiteindelijk zélf de keuze mag maken. Familie van Dennis zei bijvoorbeeld: ‘Wij herinneren hem liever zoals hij was’. En dat is hun goed recht. Maar ik had hem nog heel graag willen zien. Al hadden ze alleen maar zijn hand zichtbaar gemaakt. Dan had ik nog wel zíjn hand gezien, de hand die ik ken. Of een pluk van zijn mooie haar, dat was sowieso mogelijk geweest.”

Met eigen ogen

Fysiek afscheid nemen van een overleden naaste is belangrijk om het bewustzijn te laten registreren dat degene echt niet meer leeft. Zolang je dat niet met eigen ogen hebt gezien, is het bijna niet voor te stellen. Daarnaast is een laatste aanraking van groot belang. In het geval van zelfdoding wordt vaak geadviseerd de overledene niet meer te zien. De aanblik zou te traumatisch zijn bij een gewelddadige dood. Toch zijn er vaak meer mogelijkheden dan aanvankelijk gedacht. Als de overledene verder onder een laken verborgen blijft, kan bijvoorbeeld het zien of voelen van een hand heel troostrijk zijn. De herkenning neemt bovendien het ongeloof weg, waardoor je een heel ander begin van het rouwproces krijgt.

Tekst: Laura Thuis M.M.V. Cura Mortu Orum (CMO)

De aanslagen in Parijs en Brussel, de dood van Johan Cruijff, de neergeschoten MH17. Rampen en gebeurtenissen als deze beleven we, zo wijst de praktijk uit, collectief. Off- en online delen we ons verdriet, onze boosheid. Waarom doen we dat? En biedt die ‘collectieve rouw’ eigenlijk troost?

Tegenstrijdig

Er zit iets tegenstrijdigs in het begrip ‘collectieve rouw’. Collectief rouwen impliceert dat je het samen doet. Maar is het pijnlijke aan rouw niet juist dat het om een persoonlijke beleving gaat? Klinisch psycholoog en psychotherapeut Jos de Keijser, hoogleraar Behandeling Complexe Rouw, doet onderzoek naar de psychische gevolgen van ‘MH17’. Hij legt ‘collectieve rouw’ als volgt uit: “Het lijden van één mens raakt anderen. Rouw en verdriet zijn aanstekelijk. Verdriet zien, doet verdriet voelen, uit je eigen leven. Verdriet van nu of verdriet uit het verleden. Persoonlijke verdriet, persoonlijke rouw, heeft dan een bredere, ‘interpersoonlijke’ uitwerking. Misschien is dat wel de definitie van collectieve rouw.”

Helpt het?

William Arfman, ritueelwetenschapper aan Tilburg University: “Symbolisch handelen is heel sterk. Een ritueel, samen iets doen, biedt houvast. In uitzonderlijke situaties, zoals bij de MH17 en de terreuraanslagen om ons heen, is er sprake van zóveel onmacht en woede. Er zijn meer vragen dan antwoorden. Door een ritueel uit te voeren – bloemen te leggen bijvoorbeeld – giet je die gevoelens in een bepaalde structuur. Als je je zoon of dochter verliest, heb je geen behoefte om op te gaan in een massa. Maar voor anderen kan die stille, gedeelde beleving verbindend en troostrijk zijn. In het grotere kun je je eigen kleine verdriet kwijt. Rouw heeft de neiging te isoleren. De collectieve beleving kan dat isolement wat opheffen.”

Waarom?

Op de vraag waarom we massaal de straat opgaan, is het historische antwoord: we zijn nu eenmaal sociale wezens. In situaties van nood zoekt de mens zijn soortgenoten op. Sommige diergroepen gaan uit elkaar om te overleven, wij kruipen instinctief bij elkaar. William Arfman: “Na de ontzuiling en de ontkerkelijking dachten we dat we minder behoefte aan rituelen hadden, maar die gedachte hielden we maar even vol. We zagen al snel dat individualisering ook z’n schaduwkanten heeft. Op het moment dat we met elkaar aan het rouwen zijn, op welke manier dan ook, vormen we weer iets meer een gemeenschap.”

Niet betekenisloos

Steun betuigen op Facebook: de een doet het wel, de ander doet het niet. Wat is een digitale, collectieve uiting van verdriet waard? William Arfman: “Je kunt zeggen dat een bericht op Facebook zetten of de Franse vlag plaatsen over je profielfoto, een ‘makkelijke’ manier van rouwen is. Maar het is niet betekenisloos. Al die uitingen samen geven een sterk beeld. Natuurlijk zijn er intensievere manieren om je betrokkenheid te laten zien. Maar niet iedereen kan een piano achter zijn auto binden en naar Parijs rijden om daar midden op straat piano te spelen.”

Rol van de (social) media

Wordt de collectiviteit gevoed door de media? William Arfman: “De media laten zien wat er allemaal wordt georganiseerd rondom een ramp of aanslag. Mensen worden op ideeën gebracht: ‘Hé, ik kan daarheen.’ Er waren in juli 2014 ongetwijfeld minder mensen naar Schiphol gekomen als die bloemenzee niet op televisie was geweest.” Social media tonen al het nieuws, inclusief beeld en geluid, snel en ongefilterd. Welke effect heeft dat? Jos de Keijser: “Het is moeilijk, ook voor nabestaanden, om van die informatie af te blijven. Maar het kan zeker wel voor extra beschadiging zorgen. Berichten worden gedeeld in een oogwenk, een mening is zo gegeven. De nuance is vaak ver te zoeken en daar gaat het fout.”

Flowers and candles set out at a memorial service

Tekst: Maaike Kuyvenhoven
Met medewerking van Jos de Keijser en William Arfman

 

Hoe ga je om met andermans verdriet?

Schermafbeelding 2016-04-13 om 09.20.51

Omgaan met het verdriet van een ander is geen sinecure. Maar al te vaak vervallen we in clichés en goedbedoelde adviezen die de nabestaande met lege handen achterlaat. Hoe kun je steun bieden en wat moet je vooral níet doen?

Niet doen!

  1. Pijnlijk hart onder de riem steken

Dooddoeners komen voort uit onze natuurlijke neiging het leed van de ander te willen verzachten. Rationeel zit er vaak een kern van waarheid in. Natuurlijk is het fijn dat je de kinderen nog hebt… En ja, de kans dat je ooit wel weer een nieuwe partner vindt, is aanwezig. Maar toch, dit soort uitspraken doen absoluut geen recht aan het verdriet dat iemand op dat moment vanbinnen voelt.

  1. Te veel verwachten

Waak ervoor dat je niet iets van een ander verwacht waar hij of zij niet aan kan voldoen. ‘Kop op, X zou ook niet gewild hebben dat je bij de pakken neer ging zitten.’ Alsof iemand niet mag treuren. Bedenk dat de manier waarop iemand zijn verdriet uit, altijd goed is. Welke manier dan ook.

  1. Je afgewezen voelen

Iemand die pas een naaste heeft verloren, heeft geen energie voor sociale contacten. Hierdoor kun je als vriend of vriendin dus even buiten beeld vallen. Vat dit niet persoonlijk op.

  1. Identificeren met verdriet

Zodra een ander verdriet heeft, roept dat bij onszelf ook allerlei emoties op. ‘Ik weet precies hoe je je voelt’ of ‘Dat heb ik ook meegemaakt’. Maar de ander heeft geen ruimte in het hoofd voor die informatie. Het eigen verdriet is daarvoor té aanwezig.

  1. Oplossingen bedenken

Er valt niets op te lossen. Tenzij je de overledene kunt terugbrengen… Bij het aanhoren van verdriet, is je aanwezigheid genoeg.

  1. Verdriet negeren

Denk niet na verloop van tijd dat ‘het nu wel beter lijkt te gaan’. Ook al kun je je niet voorstellen dat iemand zo lang treurt, blijf gewoon een luisterend oor bieden of een schouder om op te leunen.

  1. Met een boog om iemand heenlopen

Niets zo erg als bekenden die nabestaanden ontwijken, op straat of in de supermarkt bijvoorbeeld. Het is natuurlijk wel begrijpelijk. Hoe begin je een gesprek met iemand wiens wereld is ingestort? Dat is misschien wel een van de moeilijkste dingen. Zeg gewoon dat je het moeilijk vindt. Alles beter dan met een grote boog om iemand heen lopen!

Wel doen!

  1. Bied gerichte hulp

In de eerste dagen na iemands overlijden hebben nabestaanden genoeg aan zichzelf en hun directe omgeving. Pas in een later stadium kun je als vriend(in), kennis of buur de nodige hulp bieden. Het zijn juist vaak de kleine dingen die het hem doen. Af en toe eens aankloppen en vragen of er boodschappen nodig zijn, kan al een grote hulp zijn.

  1. Schenk aandacht

Als je iets voor iemand wilt betekenen, laat dan duidelijk merken dat je er bent. Bel regelmatig, ga langs, stuur een sms, nodig uit voor een kop thee of stuur zomaar een kaartje om te laten weten dat je beschikbaar bent als de ander je nodig heeft.

  1. Maak tijd vrij

Ook al heb je hetzelfde verhaal al heel vaak gehoord, neem de tijd om ernaar te luisteren in stilte, zonder mening of oordeel. Het keer op keer vertellen is een manier om orde te scheppen in de chaos en om het verdriet te verwerken.

  1. Denk mee

Het leven gaat gewoon door. De kinderen moeten naar school, de vuilnis moet buiten worden gezet… Als iemands wereld stilstaat, is het heel fijn als een ander tijdelijk een geheugensteuntje kan zijn. Een reminder is een kleine moeite.

  1. Denk ook aan bijzondere dagen

Sterfdag, verjaardagen, Kerstmis, het zijn de dagen waarop het gemis van een dierbare meer dan ooit aanwezig is. Een kaartje of telefoontje wordt zeer gewaardeerd.

  1. Herinner samen

Nabestaanden missen hun dierbare en snakken vaak naar mooie verhalen en foto’s van degene die ze zo missen. Samen herinneringen delen, helpt bij het aanvaarden van het verlies.

Tekst: Marianna Wesselink

Bovengronds begraven

Pere Lachaise Cemetery

Pere Lachaise Cemetery

Wie in Zuid-Europa wel eens een begraafplaats bezoekt, wandelt meestal door een ‘dorpje’ van grafhuisjes en wandgraven. In Nederland ligt dat anders. De gebruikelijke manier van begraven is hier nog steeds ín de grond. Wel is bovengronds begraven (ook wel bijzetten) in opkomst, zij het in de marge. De achtergronden en mogelijkheden.

Bij bovengronds begraven wordt een lijkkist of urn in een uitgehouwen muur geplaatst of in een bovengronds gerealiseerde kelder, kapel of grafhuisje. In de regel wordt een afdekplaat/sluitsteen als afdichting gebruikt, met eventueel een inscriptie. De realisatiekosten zijn vaak hoger dan bij ondergrondse graven. Het onderhoud vraagt daarentegen meestal minder tijd en geld. Dit geldt ook voor het ruimen, want er hoeft niet gegraven te worden. Na de minimale (wettelijke) grafrust van tien jaar gelden dezelfde regels als bij ondergronds begraven: de stoffelijke resten komen in een verzamelgraf.

Traditie versus natuur

Begraven in Nederland vond eeuwenlang ín de grond plaats. Bij katholieken in gewijde grond in en rond de kerk. En later – door ruimtegebrek en hygiëneproblemen – buiten de stad. Bovengronds begraven kennen we pas sinds begin negentiende eeuw. In het Limburgse Valkenburg staat voor zover bekend de oudste grafmuur van Nederland. Door de aanwezigheid van mergelstenen hellingen konden hier bovengrondse nissen worden uitgehouwen. Kijkend naar de natuurlijke omstandigheden in de rest van Nederland – vaak drassig met kans op verzakkingen – zou bovengronds begraven veel meer gemeengoed moeten zijn. Maar tradities als ‘worden teruggegeven aan de schoot van de aarde’ wogen lange tijd zwaarder.

Italiaanse gemeenschap

Toch is er een kentering gaande. Zo kent Nederland een grote Italiaanse gemeenschap die van huis uit gewend is bovengronds te begraven. De veelal harde, Italiaanse ondergrond leent zich moeilijk voor ondergronds begraven. En bovendien vinden Italianen bovengronds begraven respectvoller tegenover de overledene, ondergronds begraven is ‘meer iets voor huisdieren’. Mede hierdoor is de vraag naar bovengrondse graven aanzienlijk gestegen.

Voor elk wat wils

Galerijgraven, grafmuren, grafhuisjes, het zijn allemaal vormen van bovengrondse graven. Qua uitstraling, gebruikte materialen en prijzen kunnen deze vormen behoorlijk verschillen.

tomb

Tekst: Laura Thuis

3 Covers

Het magazine toBe
Wij zijn er trots op dat we u het tijdschrift toBe kunnen aanbieden. toBe brengt hartverwarmende interviews, herkenbare verhalen en praktische handvatten rondom de thema’s leven, zorgen, af-scheid en verwerken. toBe geeft nabestaanden informatie, troost en herkenning. Daarom zien wij dit prachtige tijdschrift als een waardevolle aanvulling op onze dienstverlening.

Wilt u een exemplaar ontvangen? Dat kan. Laat dat dan even weten via post@rooshert.nl. Op deze pagina geven wij u alvast een voorproefje van to-Be. Neem ook eens een kijkje op tobemagazine.nl, hét online platform voor informatie, troost en herkenning.