Als kind denk je dat je ouders het eeuwige leven hebben. Maar er komt een moment waarop je tot de ontdekking komt dat ze oud en broos worden en het einde misschien wel dichterbij is dan je denkt of hoopt. Tijd voor een goed gesprek.

Ik zit in de auto en ben stiekem best wel zenuwachtig. Vandaag ga ik met mijn ouders praten over hun levenseinde. Een gesprek dat ik al heel lang uit de weg ga. Van mijn partner weet ik precies wat hij wel en niet wil. Maar van mijn ouders? Ja, ze beginnen er wel eens over. Als ze weer eens bij een begrafenis van een van hun vrienden of familieleden zijn geweest. En dan maken ze ook wel opmerkingen over hun eigen uitvaart, maar die wuif ik dan altijd lachend weg. Doe niet zo raar. Zo ver is het nog lang niet! De afgelopen periode heb ik in mijn vriendenkring geïnformeerd. We zijn allemaal veertigers en hebben ouders die in de zeventig zijn. Eigenlijk komen de verhalen in grote lijnen op hetzelfde neer. We weten wel dat onze ouders niet het eeuwige leven hebben. Sterker nog, we weten dat dat einde wel eens dichterbij zou kunnen zijn dan we denken. Maar we praten er liever niet over.

Alles geregeld

Nu ga ik dus naar mijn ouders toe om alles, maar dan ook alles, door te spreken. Ik zie er tegenop. Mijn ouders daarentegen, lijken opgelucht als ik aankom. Op de tafel liggen verschillende stapeltjes papieren klaar en mijn moeder steekt meteen van wal. “In feite is alles geregeld, maar je moet natuurlijk wel weten wat dat precies is en waar je het kunt vinden.” Mijn vader pakt het eerste papier. “Dit is het laatste wensen formulier’

Daarin hebben we al in grote lijnen aangegeven wat we wel en niet willen. Het grootste deel van de kosten wordt gedekt door de verzekering, maar het zal niet genoeg zijn. Daarom staat er op onze spaarrekening nog een bedrag voor de extra kosten. We willen allebei graag gecremeerd worden, en de uitvaartdienst moet sober. Geen poeha, geen kerk, geen uitgebreide koffietafels. We hebben altijd sober geleefd, zo willen we ook gaan.”

Hele zorg minder

Zo, dat is eruit. Ik kijk naar mijn moeder. Ze knikt en glimlacht. “Ik vind het fijn dat je hier bent om erover te praten. Het geeft ons zo veel rust om te weten dat alles goed geregeld is. Ik hoop dat we nog heel lang leven, maar er komt een keer een einde aan, dat weten we allemaal. Ik weet niet wie van ons het eerst zal gaan, dus daarom moesten we samen al het nodige regelen. Maar het is ook prettig om te weten dat jij, als onze oudste dochter, ook weet wat we wel en niet willen. Als er nu iets met je vader zou gebeuren, weet ik niet of ik sterk genoeg ben om alle beslissingen te nemen die dan moeten worden genomen. Hetzelfde geldt voor je vader. Het is voor ons een hele zorg minder dat jij nu ook weet wat er moet gebeuren.”

Adressenlijst

En dus gaan we verder met de stapeltjes papieren die op de tafel liggen. Het testament waarin geregeld is dat de partner die achterblijft in het huis kan blijven wonen, de polissen van de levensverzekeringen en pensioenen, papieren van de hypotheek, een overzicht van de maandelijkse vaste lasten. Er is zelfs een lijstje waarop staat hoe de meest dierbare bezittingen van mijn ouders tussen mij en mijn broer moeten worden verdeeld. “Dan hoeven jullie daar alvast geen ruzie over te maken”, grapt mijn vader, verwijzend naar de vele kibbelpartijen die mijn broer en ik in onze jeugdjaren hadden. Alles zit in keurige mapjes met stickers erop die duidelijk aangeven wat erin zit. Er is zelfs een complete adressenlijst van iedereen die een rouwkaart moet ontvangen.

Opgelucht

Het gesprek duurt uiteindelijk niet eens zo heel lang. Ik had me voorbereid op emoties en moeizaam geformuleerde zinnen, maar het ging juist heel gemakkelijk. Ik merk dat ik zelf eigenlijk ook wel opgelucht ben dat het onderwerp nu op tafel is geweest. Met een tevreden gevoel rijd ik naar huis. Het levenseinde van mijn ouders is opeens niet meer iets dat als een soort dreigend zwaard van Damocles boven mijn hoofd hangt. Ik ben er niet meer bang voor, omdat ik weet wat me dan te doen staat. En tot die tijd kunnen we genieten van het leven samen.

to-be-magazine-praten-over-de-dood

Tekst: Antoinette Jacobs