Uitburgeren met een levenstestament

Het komt maar al te vaak voor dat familieleden geen idee hebben van de wensen van hun dierbare in de laatste levensfase. Praten over de dood en de aanloop ernaartoe voelt ongemakkelijk, zeker als het nog niet zo ver is. Met een levenstestament kun je met een gerust hart uitburgeren.

De term ‘uitburgeren’ is in 2002 door hersenonderzoeker Dick Swaab in het leven geroepen om mensen aan te sporen al jong na te denken over allerlei zaken rondom hun eigen dood. Sindsdien heeft het begrip een enorme vlucht genomen. Mede doordat we steeds ouder worden en daardoor meer gebreken krijgen, is de behoefte om die laatste fase in ons leven goed te regelen ook groter geworden.

Het levenstestament

Het levenstestament maakt het mogelijk om al in een eerdere fase je wensen en behoeften inzichtelijk te maken. Niet het overlijden, maar het moment dat iemand zelf geen beslissingen meer kan nemen vormt in dit type testament het ijkpunt. Dat kan zijn door bijvoorbeeld een plotseling ongeluk, een beroerte of doordat iemand in coma raakt. Een levenstestament treedt dus in werking als iemand nog leeft. In het testament wordt een vertrouwenspersoon benoemd aan wie de wensen vooraf kenbaar zijn gemaakt. Deze persoon behartigt de belangen zodra het nodig is.

Testament of codicil

Het levenstestament neemt voor nabestaanden veel onduidelijkheden weg en is een goede aanvulling op een normaal testament waarin je aangeeft wat er met de nalatenschap moet gebeuren. Naast een testament is het mogelijk om zelf een codicil op te stellen. Een codicil is een handgeschreven testament waarvoor je niet naar een notaris hoeft, maar dat wel aan een aantal eisen moet voldoen, zoals een handtekening en een datum.

Op een rijtje

Zet tijdens je leven in elk geval een aantal belangrijke zaken op een rijtje. En zorg ervoor dat de omgeving hiervan ook op de hoogte is, of dat men weet waar het document ligt. Dat geldt overigens ook voor uitvaartwensen. De praktijk wijst uit dat nabestaanden tijdens het afscheid niets liever willen dan eer doen aan de overledene. Kortom: je bewijst je dierbaren geen grotere dienst dan je wensen en behoeften inzichtelijk te maken.” Uiteraard kun je je uitvaartwensen ook met je uitvaartverzorger doornemen en vastleggen.

Tekst: Marianna Wesselink

Dromen over de dood

Dromen over de dood en overleden dierbaren is soms angstig, maar kunnen in werkelijkheid veel vertellen over je innerlijk.

Wat dromen precies zijn en welke processen zich in het brein afspelen als je droomt, daarover is weinig bekend. Wat weten we wel? Dat je beelden, geluiden, gedachten en gevoelens ervaart in je slaap. En dat dat vooral voorkomt tijdens de remslaap. De letters ‘rem’ staan voor rapid eye movement (snelle oogbeweging). In deze slaapfase maak je snelle oogbewegingen, zijn de hersenen net zo actief als wanneer je wakker bent en zijn de spieren volledig ontspannen. Tot zover de ‘technische’ kant van dromen.

Droomtheorieën

Er bestaan diverse visies over de mentale kant van dromen. Elke cultuur heeft zijn eigen theorie. Volgens indianen kom je door te dromen in contact met de geestelijke wereld. Boeddhisten zien dromen als illusies van de geest. En ook de moderne psychologie heeft zo zijn theorieën, met Sigmund Freud als grote pionier. In de klassieker Die Traumdeutung (1900) legde hij zijn visie op dromen vast. Volgens Freud zijn dromen ‘de koninklijke weg naar het onbewuste’ en vervullen ze onbewuste (seksuele) wensen. Dromen bevatten volgens hem een geheime kant die verklaard dient te worden om ze te kunnen begrijpen: droomduiding. 

Worden wie je bent.

Tijdgenoot, vriend en volgeling van Freud, Carl-Gustav Jung, zag dromen meer als de weg om te worden wie je eigenlijk bent. Omdat hij veel reisde, kwam hij in contact met uiteenlopende culturen. Hij ontdekte dat bepaalde thema’s in dromen in al die culturen overeenkomen en creëerde het idee van een ‘collectief onbewuste’. De onderwerpen in dit collectieve onbewuste zijn voor iedereen hetzelfde, zoals je dat ziet in mythen, sprookjes en dus ook in dromen. Om dromen te kunnen duiden, maakte hij gebruik van zogeheten droomsymbolen.

Symbolische waarde

Jacqueline Voskuil (46) is droomdeskundige en noemt zichzelf ‘een Jungiaan’. Volgens Jacqueline hebben dromen een symbolische waarde en kun je door het duiden ervan de vinger op de zere plek leggen in situaties in het dagelijks leven. Jacqueline: “Neem nou dromen waarin je overleden vader vanuit zijn graf roept: ‘Ik heb het koud’ of ‘Ik hoor hier niet’. Daar kun je danig van in de war raken als je de symboliek niet begrijpt. In dit type droom staat de overledene symbool voor de dromer zelf. De dromer zelf weet zich even geen raad met het leven. Kan zelf geen warmte voelen, ervaart de wereld als koud en kil en vraagt zich af of dat ooit nog goed komt.”

Een proces in jezelf

Jacqueline: “Dromen over de dood hebben bijna nooit met de werkelijke dood te maken, maar meestal met het loslaten van een situatie. Zoals bijvoorbeeld de droom van een moeder waarin ze haar elfjarige zoontje in een kist ziet liggen. Zij is heel verdrietig, de mensen die ook bij de kist staan troosten haar niet en lijken ongeïnteresseerd. Gelukkig is het dan maar een droom en ook nog een leerzame. Wat bleek? In het dagelijks leven had zoonlief gezegd dat hij best zelf naar school kan fietsen. Dat vond deze moeder heel erg moeilijk. Ze moest loslaten en accepteren dat ze hem niet meer altijd en overal kan beschermen, dat hij een volgende stap zet naar zelfstandigheid. Deze droom geeft zelfs aan dat ze verder is met loslaten dan ze zelf dacht. De ongeïnteresseerde mensen in haar droom zijn een stukje van haar eigen innerlijk. Zij maken zich niet druk, oftewel: je vertelt jezelf dat het goed komt.”

Dromen geven dus eigenlijk een proces in jezelf weer. Het zijn beelden die voor iedereen op maat gemaakt zijn. Jacqueline: “Handelingen van overledenen in dromen staan vaak voor iets wat je zelf zou moeten doen. Het is een moeilijke manier van een boodschap aan jezelf overbrengen.”

Tekst: Esther van Riesen 

Met je ouders praten over de dood

Als kind denk je dat je ouders het eeuwige leven hebben. Maar er komt een moment waarop je tot de ontdekking komt dat ze oud en broos worden en het einde misschien wel dichterbij is dan je denkt of hoopt. Tijd voor een goed gesprek.

Ik zit in de auto en ben stiekem best wel zenuwachtig. Vandaag ga ik met mijn ouders praten over hun levenseinde. Een gesprek dat ik al heel lang uit de weg ga. Van mijn partner weet ik precies wat hij wel en niet wil. Maar van mijn ouders? Ja, ze beginnen er wel eens over. Als ze weer eens bij een begrafenis van een van hun vrienden of familieleden zijn geweest. En dan maken ze ook wel opmerkingen over hun eigen uitvaart, maar die wuif ik dan altijd lachend weg. Doe niet zo raar. Zo ver is het nog lang niet! De afgelopen periode heb ik in mijn vriendenkring geïnformeerd. We zijn allemaal veertigers en hebben ouders die in de zeventig zijn. Eigenlijk komen de verhalen in grote lijnen op hetzelfde neer. We weten wel dat onze ouders niet het eeuwige leven hebben. Sterker nog, we weten dat dat einde wel eens dichterbij zou kunnen zijn dan we denken. Maar we praten er liever niet over.

Alles geregeld

Nu ga ik dus naar mijn ouders toe om alles, maar dan ook alles, door te spreken. Ik zie er tegenop. Mijn ouders daarentegen, lijken opgelucht als ik aankom. Op de tafel liggen verschillende stapeltjes papieren klaar en mijn moeder steekt meteen van wal. “In feite is alles geregeld, maar je moet natuurlijk wel weten wat dat precies is en waar je het kunt vinden.” Mijn vader pakt het eerste papier. “Dit is het laatste wensen formulier’

Daarin hebben we al in grote lijnen aangegeven wat we wel en niet willen. Het grootste deel van de kosten wordt gedekt door de verzekering, maar het zal niet genoeg zijn. Daarom staat er op onze spaarrekening nog een bedrag voor de extra kosten. We willen allebei graag gecremeerd worden, en de uitvaartdienst moet sober. Geen poeha, geen kerk, geen uitgebreide koffietafels. We hebben altijd sober geleefd, zo willen we ook gaan.”

Hele zorg minder

Zo, dat is eruit. Ik kijk naar mijn moeder. Ze knikt en glimlacht. “Ik vind het fijn dat je hier bent om erover te praten. Het geeft ons zo veel rust om te weten dat alles goed geregeld is. Ik hoop dat we nog heel lang leven, maar er komt een keer een einde aan, dat weten we allemaal. Ik weet niet wie van ons het eerst zal gaan, dus daarom moesten we samen al het nodige regelen. Maar het is ook prettig om te weten dat jij, als onze oudste dochter, ook weet wat we wel en niet willen. Als er nu iets met je vader zou gebeuren, weet ik niet of ik sterk genoeg ben om alle beslissingen te nemen die dan moeten worden genomen. Hetzelfde geldt voor je vader. Het is voor ons een hele zorg minder dat jij nu ook weet wat er moet gebeuren.”

Adressenlijst

En dus gaan we verder met de stapeltjes papieren die op de tafel liggen. Het testament waarin geregeld is dat de partner die achterblijft in het huis kan blijven wonen, de polissen van de levensverzekeringen en pensioenen, papieren van de hypotheek, een overzicht van de maandelijkse vaste lasten. Er is zelfs een lijstje waarop staat hoe de meest dierbare bezittingen van mijn ouders tussen mij en mijn broer moeten worden verdeeld. “Dan hoeven jullie daar alvast geen ruzie over te maken”, grapt mijn vader, verwijzend naar de vele kibbelpartijen die mijn broer en ik in onze jeugdjaren hadden. Alles zit in keurige mapjes met stickers erop die duidelijk aangeven wat erin zit. Er is zelfs een complete adressenlijst van iedereen die een rouwkaart moet ontvangen.

Opgelucht

Het gesprek duurt uiteindelijk niet eens zo heel lang. Ik had me voorbereid op emoties en moeizaam geformuleerde zinnen, maar het ging juist heel gemakkelijk. Ik merk dat ik zelf eigenlijk ook wel opgelucht ben dat het onderwerp nu op tafel is geweest. Met een tevreden gevoel rijd ik naar huis. Het levenseinde van mijn ouders is opeens niet meer iets dat als een soort dreigend zwaard van Damocles boven mijn hoofd hangt. Ik ben er niet meer bang voor, omdat ik weet wat me dan te doen staat. En tot die tijd kunnen we genieten van het leven samen.

to-be-magazine-praten-over-de-dood

Tekst: Antoinette Jacobs

Op zoek naar nieuwe afscheidsrituelen

Rituelen bieden bij een afscheid troost en houvast. Hoe kun je zulke
 afscheidsrituelen zelf invullen? En welke rol kan een uitvaartverzorger daar bij spelen?

Rituelen geven een moment of gebeurtenis diepere betekenis. Een uitvaartritueel drukt zonder woorden de gevoelens van nabestaanden uit en onderstreept wie de overledene was. De kracht schuilt in eenvoud en herkenbaarheid. Veel rituelen maken daarnaast gebruik van een bepaalde symboliek. Door een kaars aan te steken, creëer je een moment van stilte en bezinning en zet je tegelijkertijd de overledene in het licht.

Afscheidsrituelen

Bij een kerkelijke uitvaart zijn veel rituelen van oudsher onderdeel van de dienst. Vaak worden de psalmen en bijbelpassages samen uitgezocht, waarna de priester of pastoor de dienst leidt. Maar ook bij uitvaarten die niet vanuit de kerk worden verzorgd, hebben mensen behoefte aan rituelen. Ze gaan dan op zoek naar persoonlijke rituelen om de uitvaartplechtigheid extra ‘betekenis’ mee te geven. Dat kan van alles zijn: met alle kleinkinderen de kist beschilderen, alle bezoekers een bloem op de kist laten leggen, een fotocollage van het leven van de overledene laten zien – zelfs samen koffiedrinken na de plechtigheid is eigenlijk al een ritueel. Datgene waar bewust inhoud aan wordt geven en nadrukkelijk wordt benoemd is een ritueel.

Weinig tijd

Wanneer het overlijden onverwacht komt, is er weinig tijd om na te denken over afscheidsrituelen. In die paar dagen tussen overlijden en uitvaart moet er immers al zo veel geregeld worden. Als uitvaartverzorger denk je mee, geef je advies en help je bij het realiseren van de wensen. Zeker wanneer nabestaanden iets heel bijzonders willen waarvan ze niet goed weten hoe ze het in een afscheidsplechtigheid kunnen inpassen, wanneer ze onderling discussie hebben of moeite hebben om de juiste tekst of muziek te vinden, kun je als uitvaartverzorger van grote toegevoegde waarde zijn.

Bloemenzee

Toen de vader van Jolanda Kremers (53) op 87-jarige leeftijd overleed, hebben zij en haar familie samen met de uitvaartverzorger een persoonlijke afscheidsceremonie samengesteld. Jolanda: ‘We wilden graag iets doen met bloemen, want daar hield mijn vader zo van. Mijn zus had bedacht dat ze alle bezoekers bij binnenkomst een roos wilde geven die ze vervolgens bij de kist in grote vazen mochten zetten. De uitvaartverzorger vroeg goed door: Wat maakten bloemen voor vader zo bijzonder? Uiteindelijk hebben we op de uitnodiging gevraagd of alle bezoekers een bloem wilden meenemen die ze bij onze vader vonden passen. Al deze bloemen werden in grote vazen naast de kist gezet. Zo stond mijn vader tussen een bonte bloemenzee, precies zoals hij altijd zo mooi vond. Ontroerend om te zien.’

Laatste sacrament

Afscheidsrituelen spelen een rol bij de uitvaart, de uitvaart zelf is één moment in het proces van afscheid nemen. Elza de Weerd (45) en haar zus Eva hadden juist rondom het moment van overlijden van hun moeder behoefte aan een ritueel. Elza: ‘Mijn moeder is katholiek opgevoed, maar deed daar al jaren niets meer aan. Ze herinnerde zich uit haar jeugd wel de rituelen rondom het afscheid van haar opa’s en oma’s, zoals het laatste sacrament. Dat maakte altijd veel indruk op haar. We hebben er een eigen variant op gemaakt, door een kaars aan te steken naast haar sterfbed en een echt ‘afscheidsgesprek’ met elkaar te voeren. Een prachtig, intiem ritueel waar mijn zus en ik nu nog vaak aan terugdenken.’

Vertaalslag

Met betrekking tot persoonlijke afscheidsrituelen is heel veel mogelijk, vaak meer dan mensen denken. Maar met name wanneer het overlijden onverwacht komt, voelt tijd vaak als een beperkende factor. Toch hoeft het niet veel extra tijd en moeite te kosten om de afscheidsrituelen een meer persoonlijke invulling te geven. Bovendien is er ook ná de uitvaart nog veel mogelijk. Denk bijvoorbeeld ook aan een bijzondere manier om de as te verstrooien. Sta stil bij wie de overledene was en bedenk hoe je dit kunt vertalen naar een ritueel. Moeite om die vertaalslag te maken of vraagtekens bij wat er mogelijk is? Vraag dan de uitvaartbegeleider om advies.

Tekst: Frieda Zieleman

Doodgewoon Poëziebundel

De dood bespreken met kinderen is lastig, maar het duo Bette Westera en Sylvia Weve is het gelukt. En dat heeft hun samen dit voorjaar de Woutertje Pieterse Prijs op geleverd voor de prachtig geïllustreerde poëziebundel Doodgewoon en tijdens de afgelopen Kinderboekenweek mocht Bette Westera ook nog eens de Gouden Griffel in ontvangst nemen. De jury: ‘Bette Westera heeft met Doodgewoon een schitterende, ongekend rijke bundel doodslyriek geschreven, waar verdriet, verwondering, opstandigheid, berustging en woede onder woorden worden gebracht.’ Westera houdt er een subtiele luchtigheid op na in haar gedichten die een nieuwe dimensie geeft aan de verschillende facetten van de dood. Alles komt aan bod: hoe erg je iemand kunt missen, waarom jonge mensen ook doodgaan en waar je naartoe gaat naar de dood. Westera’s poëzie gecombineerd met de bijzondere illustraties van Weve laat zien dat sterven bij het leven hoort en daarom eigenlijk doodgewoon is.

Doodgewoon – B. Westera & S. Weve – € 25,95 – Uitgeverij Gottmer

Het belang van fysiek afscheid nemen

‘Wie zegt me dat hij in die kist lag?’

In 2013 verloor Marja (52) haar partner Dennis na zelfdoding. Behalve de leegte die zijn dood achterlaat, heeft Marja er veel last van dat ze hem niet meer heeft mogen zien. Terwijl dit – achteraf bekeken – waarschijnlijk wel had gekund. “Ik wil andere mensen helpen met mijn verhaal, laten zien dat er vaak meer mogelijk is dan je denkt.”

“We waren vier jaar samen en zo gelukkig. Het klopte gewoon. Ik had nooit kunnen bedenken dat er zoiets verschrikkelijks ging gebeuren”, vertelt Marja. Maar in april 2013 maakte Marja’s partner Dennis een einde aan zijn leven. “Een kleine drie maanden voor zijn dood werd hij ineens depressief. Waardoor precies weet ik nog steeds niet. Wellicht had het met de overplaatsing van zijn werk te maken. Hij had moeite met veranderingen. Hij werd stilletjes, piekerde veel, begon af te vallen terwijl hij normaal at en sliep op een gegeven moment bijna niet meer. Op een vrijdagochtend zou hij met een vriend gaan zwemmen, maar is hij nooit gegaan.”

Rollercoaster

Marja’s partner beëindigde zijn leven door voor de trein te springen. “Het is echt, zoals ze zeggen, alsof de grond onder je voeten vandaan zakt. Het was ook direct een rollercoaster, met politie en al omdat het om een niet-natuurlijke dood ging. ‘Is ie nog te zien?’, vroeg ik. Bepaalde delen nog wel, gaven ze aan. ‘Dat wil ik’, zei ik. Vanaf dat moment focuste ik me daar helemaal op. Maar toen de uitvaartverzorger de volgende dag bij mij thuis kwam om de uitvaart te bespreken, begon hij er helemaal niet over. En ikzelf ook niet, want ik was compleet verdoofd. Toen Dennis op maandag van het mortuarium naar het rouwcentrum werd overgebracht, was de kist dicht. Dat was verschrikkelijk. Ik ben nog even alleen bij de kist geweest en heb zitten morrelen om ’m open te krijgen, zó graag wilde ik hem zien.”

Onwerkelijk

“Voor mij is Dennis opgelost als een zeepbel. Zo onwerkelijk. Het gaat je voorstellingsvermogen te boven. Ik heb hem ’s morgens gedag gekust en daarna nooit meer gezien. Nog steeds denk ik soms dat hij zo binnen kan lopen. Of dat hij gewoon op de trein is gestapt en ergens anders verder leeft. Wie zegt me dat hij in die kist lag? Daar heb ik nog steeds last van. Pas een jaar na zijn dood ben ik gaan onderzoeken waarom ik Dennis eerst wel en daarna niet meer mocht zien. Gewoon om erachter te komen waarom het is gegaan zoals het is gegaan.”

Reconstructies

“Ik begrijp natuurlijk de overwegingen om nabestaanden niet meer te laten kijken. Het kan ook traumatisch zijn om een overleden naaste te zien die ernstig verminkt is. Maar waar het mij om gaat is dat je als nabestaande uiteindelijk zélf de keuze mag maken. Familie van Dennis zei bijvoorbeeld: ‘Wij herinneren hem liever zoals hij was’. En dat is hun goed recht. Maar ik had hem nog heel graag willen zien. Al hadden ze alleen maar zijn hand zichtbaar gemaakt. Dan had ik nog wel zíjn hand gezien, de hand die ik ken. Of een pluk van zijn mooie haar, dat was sowieso mogelijk geweest.”

Met eigen ogen

Fysiek afscheid nemen van een overleden naaste is belangrijk om het bewustzijn te laten registreren dat degene echt niet meer leeft. Zolang je dat niet met eigen ogen hebt gezien, is het bijna niet voor te stellen. Daarnaast is een laatste aanraking van groot belang. In het geval van zelfdoding wordt vaak geadviseerd de overledene niet meer te zien. De aanblik zou te traumatisch zijn bij een gewelddadige dood. Toch zijn er vaak meer mogelijkheden dan aanvankelijk gedacht. Als de overledene verder onder een laken verborgen blijft, kan bijvoorbeeld het zien of voelen van een hand heel troostrijk zijn. De herkenning neemt bovendien het ongeloof weg, waardoor je een heel ander begin van het rouwproces krijgt.

Tekst: Laura Thuis M.M.V. Cura Mortu Orum (CMO)